Gerrit Brouwer

 

  • Periode:
  • Archiefinstelling:
  • Provincie:
  • Soorten:
  • Bron: 

 

  • Inleiding

 

 

  • Archiefbeschrijving

 

 

  • Downloads
Gerrit Anton Brouwer, 1898-1981, door J.I. Brouwer-Pierson
PDF – 4,3 MB 1 download
  • Over de archiefvormer

Uit K.H. Voous, In de ban van vogels, Uitgeverij Scheffers, 1995. [18.VII.1987]

BROUWER, Gerrit Anton, 27 october 1898 - 25 juli 1981, bioloog, faunistisch ornitholoog en nationaal en internationaal vogel- en natuurbeschermer. Gerrit Brouwer groeide op in Den Haag en studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (1920-1934), maar onderbrak zijn studie veelvuldig voor eigen veldwerk en reizen naar onder meer de Tunesische Sahara (1924) en Abessinië (diplomatieke missie bij de kroning van keizer Haile Selassie in 1930) en Kenya (1930-1931), met B.Ph. baron van Harinxma thoe Slooten). Hij promoveerde op 55-jarige leeftijd aan de Rijksuniversiteit Leiden op het proefschrift Historische gegevens over onze vroegere ornithologen en over de avifauna van Nederland (1954) met professor H. Boschma als promotor. Verschillende historisch getinte publicaties in Ardea waren aan dit proefschrift voorafgegaan (C. Nozeman & C. Sepp 1943, Th. van Swinderen 1948).
Doordat hij over eigen middelen beschikte kon hij ook in zijn jonge jaren ruimschoots deelnemen aan de vrijblijvende samenwerking met jeugdige gelijkgezinden in het Trekstation Noordwijk aan Zee (Brouwer & J. Verwey, Ardea 8, 1919) en de Club van Trekwaarnemers (Brouwer & Verwey, Ardea 9, 1920). Aldus behoorde hij met Jan Verwey, G.J. van Oordt en F. Haverschmidt tot de vernieuwers van de veldornithologie in Nederland. Hij stelde nauwgezette overzichten samen van geschiedenis en voorkomen van onder meer de Aalscholver (1926, 1927), Blauwe Reiger (1926, 1927, 1950), Roek (1937) en Lepelaar (1964) in Nederland (Ardea en De Levende Natuur). Bovendien verzorgde hij met achtereenvolgens Verwey, Haverschmidt, W.H. van Dobben en G.C.A. Junge de avifaunistische jaaroverzichten in Ardea, waarbij hij zelf meestal het hoofdstuk broedvogels voor zijn rekening nam.
Talrijke publicaties over nieuwe of zeldzame broedvogels hadden betrekking op onder meer de Slechtvalk (1927, 1930), Kleine Mantelmeeuw (1927, 1930), Stormmeeuw (1930), Steltkluut (1936), Bonte Strandloper (1936), Barmsijs (1936), Witwangstern (1938), Wilde en Kleine Zwanen (samen met Luuk Tinbergen, 1939), Dwergmeeuw (1942), Klein Waterhoen (1944), merendeels in Ardea gepubliceerd.
Hij voltooide deel 5 van het grote standaardwerk "De vogels van Nederland" ("Ornithologia Neerlandica", 1935) met het schrijven van de rubrieken "voorkomen en levenswijze" van de laatste 60 soorten die door het overlijden van de auteur professor E.D. van Oort in 1933 nog niet gereed gekomen waren. In de verzamelwerken "Het Princehof" (Evert Zandstra 1948) en "Griend - het vogeleiland in de Waddenzee" (Brouwer et al. 1950) schreef hij de hoofdstukken over de vogels.
Brouwer was bestuurslid van de Nederlandse Ornithologische Vereniging (1929-1956), redacteur van Ardea (1928-1939 en 1947-1952) en erelid van de Nederlandse Ornithologische Unie (1968). Hij was wars van de Club van Nederlandse Vogelkundigen en wilde, vóór de fusie met de Nederlandse Ornithologische Unie in 1957, het tijdschrift Limosa alleen ontvangen als anoniem abonnee.
Naast en boven dit alles was Brouwer een zakelijk, actief, maar vooral bewogen en onzelfzuchtig vogel- en natuurbeschermer. Hij was bestuurslid van talrijke nationale en internationale organisaties, zoals van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels (Vogelbescherming) (1935-1972, waarvan 1948-1959 voorzitter, later erelid en bekroond met de Gouden Lepelaar, 1973), Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Natuurmonumenten) (1938-1968, geëerd met de Oudemans-erepenning, 1971), Stichting Vogeltrekstation Texel (1931-1968), Nederlandse afdeling van de Internationale Raad voor de Vogelbescherming (ICBP/CIPO, voorzitter 1948-1968), Nederlandse Commissie voor Internationale Natuurbescherming (mede-oprichter, 1925-1981), Stichting tot Internationale Natuurbescherming (Van Tienhoven Stichting, 1949-1968). Voorts was hij mede-oprichter (22 februari 1930) en bestuurslid van It Fryske Gea. Hij was lid, met Van Oordt, van de Commissie van Advies van het Staatsbosbeheer inzake de Natuurbescherming, die later bekend zou staan als Commissie Weevers en die zou uitgroeien tot de Natuurwetenschappelijke Commissie van de (voorlopige) Natuurbeschermingsraad (1937-1968), alsmede lid van de Contact-Commissie voor Natuur- en Landschapsbescherming (1925-1968). Bovendien was hij wetenschappelijk medewerker voor natuurbescherming bij het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (RMNH) te Leiden (1947-1963). In al deze functies heeft hij zich in hoge mate verdienstelijk gemaakt. Groningen, Friesland, Drenthe en de Kop van Overijssel waren zijn meest geliefde oorden.
Heel vroeg, in 1931, verscheen van hem een geïllustreerd boekje "De organisatie van de natuurbescherming in de verschillende landen" (1931, Amerikaanse uitgave 1938) dat stellig tot een academisch proefschrift had kunnen uitgroeien zo er in die tijd aan de universiteiten belangstelling voor de problematiek van natuurbescherming zou hebben bestaan.
In zijn vele activiteiten heeft Brouwer samengewerkt met talrijke bevriende en gelijkgestemde ornithologen en natuurbeschermers. Daaronder moeten behalve de boven reeds genoemde personen vooral worden genoemd: W. Beijerinck, H.H. Buisman, J.W. van Dieren, J. Drijver, H.P. Gorter, G.W. Harmsen, A. van der Molen, P.D. baron Pallandt van Eerde, P.G. van Tienhoven en M. Wiegersma (zie Annie Brouwer-Pierson 1987: 17-19).
Brouwer "was een veldbioloog en natuurbeschermer van de oude stempel, met een gentleman-like stijl. (...). Hij was wars van publiciteit en sloot zich niet aan bij actiegroepen. Hij heeft niettemin veel bereikt. Hij was een rustig mens met stille diepgang, die de natuur bewonderde vanwege haar eigen waarde" (K.H. Voous 1981: 103).
Publicaties
Minstens 187 titels (1916-1974). Zie ook Harmsen (1970: 67-71), Scheygrond (1982: 40, zoogdieren) en Brouwer-Pierson (1987: 24-33).

Biografieën
BROUWER-PIERSON, J.I. 1987. Gerrit Anton Brouwer. Soest.

GORTER, H.P. 1981. Pioniers. Natuurbehoud 12 (4): 116.

GORTER, H.P. 1986. Ruimte voor Natuur. Natuurmonumenten. 's-Graveland.

HARMSEN, G.W. 1970. Dr. G.A. Brouwer zeventig jaar. Limosa 43: 61-71.

MÖRZER BRUYNS, M.F. 1981. In memoriam Dr. G.A. Brouwer. Vogels 1: 187.

REDACTIE LEPELAAR. 1979. Gerrit Brouwer tachtig jaar. Lepelaar 60: 59.

SCHEYGROND, A. 1982. In memoriam Dr. G.A. Brouwer. Lutra 25: 38-40.

VOOUS, K.H. 1981. Gerrit Anton Brouwer. Limosa 54: 102-103.